184718480000341-proc.pm.xml Ilei openbaa r onderwijf , zoo als dat of van wege de n Staa t zcl 185118520000046-proc.pm.xml

dit moet zijn: wijf tonnen gouds";

185718580000138-proc.pm.xml

, Minister van Binnenlandsche Zaken: In antwoord op de vraag , door den geachten spreker gedaan , kan ik zeggen dat door voorwaarden in de Memorie van Toelichting niets anders bedoeld is dan de voorwaarden en de rigting van het werk, bij de concessie gesteld. Het kan zijn dat er bij den raad van Assen bedenkingen bestaan tegen de aangewezen rigting. Mij is daarvan niets bekend. Worden mij echter die bedenkingen medegedeeld, dan zal ik ze gaarne in overweging nemen en zien, of er mogelijkheid bestaat in die rigting verandering te brengen , ofschoon ik het betwijf el, omdat de graafwerken van het kanaal reeds grootendeels zijn voltooid. Maar met de voorwaarden heeft men , ik herhaal het, enkel op het oog gehad

186018610000132-proc.pm.xml

E r zijn er echter twee, waaromtrent ik mij verpligt ach t eenige beschouwingen voor te dragen. Het eerste betreft het Indisch leger. Daarover wordt in § 3 der gewisselde stukken gehandeld. Ik begin met hulde te doen aan de zorg, in de laatste jaren aan het Indisch leger besteed, bepaaldelijk wat hetreft het uitzenden van Europesche militairen, een onmisbaar element in dat leger. De Minister van Koloniën heeft bij zijne Memorie van Beantwoording een staat overgelegd, waaruit op de meest voldingende wijze blijkt, dat dit gewigtig belang gedurende do jaren 1848—1855 niet naar behooren wa s behartigd; want in dat tijdvak van acht jaren zijn niet meer dan 8710 Europesche soldaten uitgezonden. In het volgende tijdvak daarentegen, van 1856—1860, dus gedurende wijf jaren , werden 10 975 Europesche soldaten uitgezonden. Maar do schaduwzijde is het zeer groot getal vreemde militairen, dat gedurende dat tijdvak van 1856—1860 is uitgezonden. Uit den staat n°. 128 lit. ƒ der stukken ziet men, dat onder de «710 Europesche soklaten van het tijdvak 1848—1855 7252 Nederlanders en slechts 1458 vreemde soldaten waren, dus l/j , en van de uitzending van 1856—1860 ware n 4 135 Nederlanders tegen 6510 vreemdelingen, dus 3/... I k stem toe, dat wij de vreemdelingen in ons leger niot kunnen missen. I k erken dat ik zelf meermalen gedurende de jaren dat ik in Indie ben geweest, ondersteund door den komniandant van het leger, bij den Minister van Koloniën heb aangedrongen om vreemdelingen te zenden, wanneer men dan toch volstrekt geen Nederlanders kon verkrijgen; maar ik moet er bijvoegen da t deze op zich zelf goode zaak mij voorkomt, oven als vele andere, ind e laatste jaren orerdreven te zijn.

186418650000141-proc.pm.xml

dragt aan de Kamer kon doen. Ik heb echter van de andere zijde medewerking ontvangen, want het was ook van die zyde de wensch, dat deze zaak — deze netelige zaak, gelijk hier reeds meermalen is gezegd — aan een einde zou komen. En nu aarzel ik niet, op de vraag van den coachten spreker uit Amsterdam volmondig te verklaren , dat ik de verantwoordelijkheid voor deze overeenkomst geheel voor mijne rekening neem en mij niet zal verschuilen achter de overeenkomst die ik bij mijn optreden vond en die een zekeren band daarstelde. Wat ook het lot van dezo voordragt zij, ik zal het mij altijd met genoegen herinneren, dat ik in staat geweest bon eene overeenkomst op zoodanige billijke grondslagen — billijker dan men ooit hoeft verkregen — aan de Kamer te kunnen onderwerpen, om een einde te maken aan deze netelige, moeijelijke en teedere zaak. De geachte spreker uit Amsterdam, de heer Godefroi, heeft gezegd, dat hier gunsten bestendigd worden. Is dit , met het oog op de geheele geschiedenis van deze zaak, wol juist? Zijn er gunsten verleend, dan is dit geschied tot op dit oogenblik, en dan maakt dit wets-ontwerp juist e n einde a-in dien staat van begunstiging. Sedert 1785 tot nu toe zijn deze goederen verhuurd geworden voor eene som van f 1700. Vergelijkt men met die som de waarde dier goederen, vooral op dit oogenblik, en met de voorwaarden die door mij zijn be longen , dan geloof ik, dat men zal moeten erkennen , dat , indien er van begunstiging sprake is, die alsdan heeft plaats gehad tot nu toe , en dat daaraan een einde wordt gemaakt door dit wets-ontwerp. Tweemaa l slechts in het lange tijdsverloop van ruim twee eeuwen heeft men getracht een einde te maken aan dezen staat van zaken en door eene billijke overeenkomst, zoo als men ook toen meend. , de goederen over te dragen aan hen, die ze tot op dit oogenblik in gebruik hebben. De eerste overeenkomst, die men trachtte tot stand te brengen, kwam voor onder den Minister van Finantien van Hosse in 1852. Ik zou welligt over die poging tot overeenkomst niet gesproken hebben, indien de zaak niet gereleveerd ware in deze Kamer en indien de geachte spreker uit Zutphen, de heer van Bosso, niet had getracht om hetgeen door hein is verrigt voor te stellen als zeer voorloopige onderhandelingen, terwijl hij het betwijf lde, of hetgeen nu wordt voorgedragen, wel werkelijk vo rdeeliger was dan 't geen het gevolg van die onderhandelingen zou geweekt zijn.

186418650000187-proc.pm.xml

Ik geloof dat dergelijke bestraffing weinig in verhouding zou staan met de door hen bedreven overtreding, en evenzeer geloof ik, dat het voorgestelde amendement niet kan worden aangenomen, dat nog tracht de strafwet ten opzigte der geneesheeren te verzwaren en hen te bedreigen met het verlies van hunne betrekking, waarvoor zij volkomen berekend zijn geoordeeld door hunne aairstelling als geneesheer, en waarin zij geroepen zijn gestadig blijken van zelfopoffering en menschlievendheid te geven/ Het is reeds betwijf ëlbaar, of de strafwet, die in het algemeen spreekt van personen die door hunne achteloosheid den dood van iemand te weeg brengen, of wel hem verwondingen en slagen toebrengen, wel op het oog gehad heeft de geneeskundigen, die aan zoodanige achteloosheid in de uitoefening van hun beroep zich schuldig maken; wanneer men slechts let op art. 320, waar gesproken wurdt van het toebrengen van slagen en verwondingen, uit

186418650000201-proc.pm.xml

De Minister zegt, dat tegenover den handel in eon ruimen geeBt gehandeld is. Ik ontken dat niet, ik ben tevreden met de wijf e van zamenstelling der commissie, waarin het administratief element niet praedomineert; maar de toestand kan geboren worden, dat dit wel zou plaats hebbeu, wanneer een lid en zijn plaatsvervanger niet tegenwoordig waren. De Minister zegt dat er tegenwerking zou kunnen bestaan; maar die zou altijd ten nadeele van den handel zijn, ten nadeele van hen die eene beslissing verlangen, want het zal voor de schatkist wel hetzelfde zijn, of eene quaestie tusschen den debiteur en den fiscus een of twee maanden langer duurt. Maa r

186918700000199-proc.pm.xml

De vorige spreker heeft meerdere feiten aangehaald; ik wensch er slechts een tweetal mede te deelen Onder het Ministerie Donker, nadat tal van branden schrik en angst hadden verspreid, is een brandstichtor te Apeldoorn opgehangen , en het is opvallend dat na die executie gedurende verscheiden jaren slechts enkele branden hebben plaats gehad. Ik sprak voor eenige weken een diaken te Arnhem. Hij had een booswicht in de gevangenis bezocht, die met behulp van zijn zoon, poging tot moord op zijne vrouw gepleegd had , en aan bedoelden diaken erkende, dat hij aan zijn zoon gezegd had: vermoord dat oude wijf maar, want gisteren hebben de heeren in den Haag — gelukkig nog niet deze heeren, maar de heeren aan de overzijde — de wet aangenomen. Het zijn slechts enkele feiten, maar zij zijn in mijn oog treffend en kenschetsen juist den toestand die geboren zal worden, indien de Regoring zich van de kracht, die

186918700000201-proc.pm.xml

gezegd zou hebben: vermoord dat oude wijf maar , want

187118720000185-proc.pm.xml

Wat het lager onderwijf betreft, datzelfde verslag van

187418750000235-proc.pm.xml

oud wijf op sloffen werd

187718780000275-proc.pm.xml

einde het verwijf te ontgaan dat ik ik; orde verstoor, reeds in art. .">7 willen radioeren voor zoover het daar noodig was. Dus het VWWijt vnn een PUWfftd van twee stelsels kan biertegen niet worden ingebragt.

187818790000198-proc.pm.xml

De Minister zegt verder, dat hij de commissie niet noodig heeft; dat hij voldoende geholpen wordt door de aan het Departement werkzaam zijnde afdeeling, en hij vraagt waar het heen zou als hij voor iedere afdeeling eene commissie van advies noodig had. In de eerste plaats ben ik het geheel eens met den heer van.Eek: ik geloof dat juist in zaken van kunst eene zelfstandige commissie een coutre poids is tegen eene eenzij lig3 rigting van het Departement. In geene zaak toch is man zoo prikkelbaar als in zake de kunst betreffende, en daarom te eer mag naast de afdeeling van het Departemsnt een zelfstandige commissie bestaan. Maar bovendien , heeft de Minister dan geene inspecteurs van het lager onderwijs, terwijl er toch eene afdeeling voor het onderwijf am zijn Departement is? Is er geen in*pecteur voor het gevangeniswezen, terwu'1 er niettemin eene afdeeling voor liet gevangeniswezen aan het Departement van Justitie is? Zijn er geene commissien voor het geneeskundig Staatstoezigt, terwijl er niettemin ook eene afdeeling voor het geneeskundig Staatstoezigt aan hot Departement bestaat? De Minister zegt, dal hij geene kans ziet om de C3mmis-;ii' te reorganiseren. Waarom niet? Omdat hij geene personen kan vinden?

188418850000201-proc.pm.xml

betwijf den of de genoemde wijze van be

188518860000224-proc.pm.xml

Zoo zal, ook wanneer het amendement der Commissie wordt aangenomen , het feit dat iemand een enkele maal onderwijf geeft,

188718880000120-proc.pm.xml

Wanneer het eene zaak geldt die op een zoo uitgebreid gebied werkzaam is , (Jan is het niet denkbaar, Mijnheer de Voorzitter, dat ieder altijd tevreden zou zijn. De vraag is of de ontevredenen redenen hadden voor hunne ontevredenheid. Daarvoor zou men elke zaak op zieh zelve moeten onderzoeken en beoordeeleu. Het belang van de scheepvaart en onzen handel, dat is dus het belang van allen , vorderen ongetwijf ld een goed bekwaam loodspersoneel waarop men rekenen kan , doch de Staat kan , mijns inziens, hierop alleen afdoenden invloed uitoefenen door het loodswezen zelf in handen te houden , waartoe vroegere minder geweuschte toestanden trouwens zelf hebben gedwongen. Het

188818890000141-proc.pm.xml

komen — want dat verwijf mag de Regeenu g niet op zich

188818890000185-proc.pm.xml

Ik bet wijf d of Gedeputeerde Staten hun standpunt goed begrepen hebben , toen zij met adressanten over het bedrag hunner winsten gingen redetwisten, i toch hoe dit zij, zeker meen ik te mogen vertrouwen dat de onverschilligheid, door hen voor de belangen der scheepvaart betoond, in deze Kamer weinig weerklank zal vinden. Wij weten hoezeer het vervoer te water voor landbouw, nijverheid en handel van overwegend belang is. Menig artikel van groote afmetingen en Inge prijzen kan alleen langs den waterweg van de plaatsen van voortbrenging naar de markten of van daar naar de plaatsen van verbruik worden vervoerd. Ook voor kostbaarder artikelen is de binnenlandsche scheepvaart een onmisbaar middel van vervoer, niet alleen tusschen plaatsen die niet met het spoorwegnet zijn verbonden, maar ook tusschen de zoodanige, die daaraan wèl zijn aangesloten. Immers de mededinging van dit goedkoop vervoermiddel is ook voor de spoorwegondernemingen de krachtigste prikkel om zich bij het goederenvervoer te vergenoegen met lage vrachten , die in onze dagen meer dan ooit voor vele takken van nijverheid eene levensvoorwaarde zijn. Wordt in sommige der tegen deze wetsontwerpen ingekomen adressen van schippers en stoomvaartmaatschappijen geklaagd over do concurrentie der spoorwegen , evenzeer klaagden de bestuurders van spoorwegondernemingen , bij de vóór eenige jaren gehouden 24ste VERGADERING. — 1 DECEMBER 1888.

188818890000207-proc.pm.xml

» Zeven kinderen en zijn wijf Zijn ziju daaglijksch tijdverdrijf."

189018910000204-proc.pm.xml

dit kunnen doen ; maar dit betwijf 1 ik en liet ia toch on

189718980000221-proc.pm.xml

De Minister zegt te dien opzichte dat dit geheel ongegrond is , want, vervolgt de Minister, over het tijdvak van 1 Januari 1887 tot 1 Januari 1897 zijn niet wijf maar zes luiteuant-kwartiermeesters bij keuze tot kapitein-intendant benoemd, waartegenover staat dat drie en dertig eerste luitenaut-kwartiermeesters naar anciënniteit tot kapitein-kwartiermeester bevorderd zyn.

189818990000237-proc.pm.xml

De Gouverneur-Generaal weet, dat het hier zeer aangenaam zal worden gevonden wanneer de stukken met bekwamen ^poed ! in behandeling kunnen worden genomen, en ik wil gaarne hier- | aan de verklaring toevoegen , dat ik die stukken niet zal laten liggen. Er wordt mij weleens verweten dat ik somwijlen te spoedig handel; welnu, ook die stukkeu zal ik met den meesten spoed in behandeling nemen. Maar dat verwerping van dit | wetsontwerp een latere wijziging van art. 100 zou vergemakkeiijken, meen ik te mogen betwijf den. Het tegendeel is waar.

190219030000111-proc.pm.xml

Toen in 1857 het lager onderwijl werd gebracht ten laste van de gemeente als zoodanig, toen de armenzorg ten laste is gebracht van de gemeente, had men bij de vaststelling van de Onderwijf en van de Armenwet, ook aan de gemeente een ruime bijdrage moeten geven om haar de vervulling van de taak-, die haar op de schouders werd gelegd, mogelijk te maken , een taak die volgens de Grondwet, wat beide door mij genoemde onderwerpen betreft, bij het Rijk behoort. De gemeenten hadden veel ruimere bijdragen moeten krijgen dan zij nu ontvangen. Men spreekt altijd van autonomie en selfgovernment van de gemeenten. Uitstekend, ik beu daar ook sterk voor. Maar men heeft geen autonomie van de gemeente meer, waar het betreft genoemde takken van dienst, die door de Grondwet aan het Rijk ziju opgedragen , door het Rijk op de schouders der gemeente zijn gelegd, en in dien ziu heb ik vroeger al eens de gemeente de bewindvoerster van het Ryk genoemd. Lees bijv. de wet op het lager onderwijs. Wat blijft ten aanzien van dit onderwerp over van de autonomie der gemeente ?

190819090000358-proc.pm.xml

Ik wijf op de bepaling omtrent de sterkte der klassen, waarvan

190919100000140-proc.pm.xml

„Ik betwijf of men verstandig handelt niet dien weg" nl.

191319140002043-proc.pm.xml

Nu staat die juffrouw van Oogen op straat. Natuurlijk is met dat ontslag — of daar eervol op staat of niet — liaar carrière gebroken, althans de kans daarop is grooter dan dat het terechtkomt. En wat blijkt? Dat zij ontslagen wordt wegens brutaliteit tegen een chef, en dat die chef een zenuwlijder is, die op zijn bureau huilaanvallen krijgt. Op de getiiigenis van dien chef, die als een zenuwachtig oud wijf op zijn bureau zit te huilen, wordt dat meisje haar brood ontnomen. Het is afgeloopen; er is niets meer aan te doen. Dat is „rechtspositie".

191619170000381-proc.pm.xml Intussohen, Mijnheer de Voorzitter, ik moet bier over «wijf en door gebrek aan lijd. on ik kan dit ook. wijl voor mij — o Minister zul, beeft bij mijn rede goed begrepen, dit toe­ stemmen, — de critiek op bet verleden niet n°. 1 is. Mijn sombere kijk op de toekomst stempelt do maatregelen, welke de komende nood thans es in de naaste toekomst ;;an de Regeering oplegt, tot bet voornaamste. Niet wat verzuimd moge zijn, maar wat nog gedaan moet worden is thans voor mij hoofdzaak. Zooveel mogelijk levensmiddelen, veevoeder, enz. beschikbaar krijgen en vast in handen hebben — dit 191919200000508-proc.pm.xml

Reeds mot veel displeizier is in deze Kamer door sommigen de stem aan dit wetsontwerp gegeven. De Eerste Kamer heeft het ontwerp tegen heug en meug aangenomen, onder de auspiciën van den heer Stork, dio er hevig tegen woedde, maar ten slotte zeide: Ik zal er in Godsnaam toch maar vóór stemmen. Al wat groot-werkgever in Nederland is denkt er nu met wrevel en bitterheid aan, dat die achturenwet, dio reeds haar licht vooruit geworpen heeft, straks zul worden ingevoerd. Zij gunnen het den werklieden niet. Vcortdurend wordt gestookt en gekonkeld om den Minister en anderen te belezen om er maar van af te zien en te saboleeren en anders met do invoering van de wet te wachten. I n alle kringen is het op het oogenblik mode, daarover te spreken. Wanneer er een algemeeno vergadering ia van de Liberale Unie, dan hcoren wij den voorzitter, prof. Heeres, zich er op beroepen, dat de invoering van de achturenwet „eigenaardige bezwaren medebrengt in deze tijdsomstandigheden". „Eigenaardige bezwaren" ! Men behoeft in dit geval maar een half woord te zeggen, of de menigte van uitzuigers, kapita listen en werkgevers weten wat het beteekent. Dan komt 'de redeneering van gebrek aan productie, elke dronken student en ieder oud wijf in de bourgeoisie spreekt over de noodzakelijkheid van productie. Nu komt de Arbeidswet en die „heeft eigenaardige bezwaren"!

192019210001961-proc.pm.xml

gevolge heeft? Ik moet dat betwijf den en ik geloof, dat er wel degelijk sprake van is.

192019210002176-proc.pm.xml

Zeven kinders en een wijf Zijn zijn dagelijksch tijdverdrijf.

192119220000505-proc.pm.xml

125 verdienden en f 150 eischten. I k wist van die staking toen niets, maar achteraf is door de vakvereeniging beslist ontkend, dat er een dergelijke staking is geweest. Ik verwacht nu van den Minister een onwraakbare bevestiging dat er een staking heeft plaats gehad, en anders een ridderlijke intrekking van die beschuldiging. Nu wordt dat overwerk voortdurend aangevraagd, vrij zeker met de heimelijke bedoeling om op die manier den &chturendag den nek te breken. "Wij kennen onze Pappenheimers — en wel van den pessimistischen kant. Herhaaldelijk blijkt, dat men overwerk aanvraagt quasi dat het druk is, terwijl men de arbeiders eenige dagen later naar huis stuurt. Men kent de hetze tegen den achturendag: toen er volop werk was, schreeuwde elke dronken student en elk oud wijf uit de bourgeoisie: wij moeten produceeren, de achturendag is een belemmering. Mannelijke en vrouwelijke juristen van eiken leeftijd schreeuwden dat van de daken. Toen kwam de werkloosheid, ze waren even bcduurd, maar spoedig was het Tiet anderson en zeiden zij: de arbeidsvoorwaarden ziin te bezware.ud en nu moet toch weer de wet weg! Dat alles htef t de bedoeling, het peil van de arbeiders neer te drukken. Heeft de lieer Drion niet zelf gezegd: de arbeiders hebben te veel vrijen tijd, „honderdduizenden arbeiders" zouden dat bevestigen en zouden voor wat meer loon graag wat langer willen werken Y Hoe kan de heer Drion dat in oprechtheid één oogenblik volhouden ? Hoo lang zou het duren, dat de arbeiders hooger loon kregen ? — geen drie weken! Men wil ze eenvoudig in die tien uren hetzelfde geld geven als vroeger in die acht uren.

192119220000534-proc.pm.xml

levenspeil ten onzent ten gevolge moet hebben. Ongetwijf :>lct is in Duitechland de productiemogelijkheid verminderd en zullen uiterst hooge belastingen moeten worden betaald, waardoor de levensstandaard blijvend! zal zijn achteruitgegaan. Maar dit behoeft volstrekt niet door concurrentie of hoe dan ook, ook ten onzent het levenspeil naar beneden te brengen. Hier is m.i. geen causaal verband.

192319240000155-proc.pm.xml

afgezaagde phrase, dat in de politiek nu eenmaal een godsdienstig beginsel moet heerschen en dat de religieuze basis voor partijformatie aanwezig is. Welk oud wijf lokt men nu nog van haar spinnewiel met dergelijke afgezaagde phrases? AVaarin uit zich die religieuze basis, als wij op het terrpin van de practische politiek komen? Van de onderwerpen, die wij met deze Regeering behandelen, is 99 pet. van zuiver niaterieelen aard :

192619270000227-proc.pm.xml

„Maar waarom kom je dan? " „Weet ik veel omdat je ommers mot." „Ik kan dienstweigeren." „Zou ik ook doen, as ik geen gezin had. Maar nou mot ik wel in die stinkdienst, omdat ze anders me wijf en de kleinen helemaal laten verrekken. "•

192619270000402-proc.pm.xml

nationale ontwapeningsidec welig tiert, want ware zulks niet he t geval, dan had he t geen zin zich als voorstander van die ontwapening bij de kiezers aan t e dienen, maa r van den anderen kan t kan ik, waa r da t verwijf ook dr E.-K. Volkspartij zou kunnen regardeeren, me t evenve d recht het verwijt richten b.v. tot de E.-K. Staatspartij, dat /.ij al te veel het pacifisme aan anderen heeft overgelaten. — 2 MAABT 1927.

192919300000456-proc.pm.xml

Dit voorstel acht ik noodlottig. De vrouw wordt niet verhoogd door haar op een plaats te brengen, waar zij niet behoort. Zij heeft van God een eigen taak ontvangen Die taak haar t e ontrooven en haar met een arbeid te belasten, die haar krachtens haar bestemming en uit hoofde van haar vorming niet past, moet voor haar zelf vernederend werken. De geëmancipeerde vrouw is geen vrouw meer. Zij is een soort manwijf geworden. E n zoo goed als een verwijfde man verachtelijk is, is ook zulk een geëmancipeerd manwijf een verachting. Men pleit voor de verheffing van de vrouw, men spreekt dikwijls met groote minachting over de heilige roeping der vrouw en haar huiselijke taak. Wie dat doet, wordt hier gevraagd! Daarvoor zijn tientallen van bewijzen aan te voeren, dat van de vrouw, die zich aan haar huisgezin geeft, met minachting als van een sloof en een kousenstopster wordt gesproken. Juist dat me t minachting van de vrouw en van haar eenige taak en roeping spreken haalt de vrouw omlaag. Niet de vrouw, de moeder, die zich voor haar gezin opoffert, maar de geëmancipeerde vrouw daalt van het hoogtepunt af, waarop God haar in Zijn Woord plaatst. I n het bijzonder aan het hoofd der gemeente behoort niet een vrouw te staan. De besturing van een stad of van een dorp behoort te zijn niet in handen van een vrouw; deze taak is niet voor de vrouw aangewezen.

1946II0000010-proc.pm.xml

In het Voorloopig Verslag van deze Kamer bob ik gelezen, dat een der leden meende te weten, dat ook- reeds bij de Kabinetsformatie overeenstemming bereikt was over de te benoemen leden van de Commissie-Generaal, en dat mei name van de zijde van de Partij van de Arbeid zeer categorische cischen zouden zijn gesteld. Mij was dit niet bekend, maar indien dit zoo ware, en ik zou graag hierover een positieve mededeellnsr van den Minister ontvangen, dan zal licht de indruk bij het Nederlandsche volk ontstaan, dat het vraagstuk Indië, dat voor ons van levensbelang is, voorwerp geworden zou zijn wan partijpolitiek. Zoowel voor de Commissie-Generaal al- instituut als voor den persoon om wien het in dezen gaal, acht ik een mededeeling hierover van groot gewicht. Immers, in (p en geval mag de opvatting veld winnen, dat juist na de verkiezingen, dus op een oogenblik, dat de meerderheid van het Nederlandsche volk zich had uitgesproken het niet eens te zijn met de visie van Prof. Schermerhom op de ontwikkeling van onze binnenlandsche politiek, de persoon van Prof. Schermerhom een beslissende rol vervuld zou hebben in het vraagstuk Indië, dat ver uitgaat boven belang of point d'honneur van personen of partiii n. In hoeverre echter de vaststelling van de Instructie gerekend moet worden zuiver te behooren tot de uitvi eri nde macht, waag ik vooralsnog te betwijf li ". en zulks op de volgende gronden. Tn de stukken heeft de Minister te recht geschreven, dat in 1818 de evolutie begon van den invloed der SI n iraal op

194819490000035-proc.pm.xml

tussentoestand duren? Er is een spreekwoord, dat zegt, dat een wet alles kan, behalve van een rnan een vrouw maken. De wet kan veel en dus van een Duitser een Nederlander maken, maar of een wet een Duitser een Duitser kan laten, terwijl hij dan zal behandeld worden als Nederlander, zonder dat hij Nederlander wordt, acht ik even problematisch als dat de wet van den man een manwijf kan maken. Dit wetsontwerp wordt ons voorgespiegeld als oplossende vele moeilijkheden van douane en deviezen en waterstaat. Maar welke moeilijkheden het oproept in staatsrechtelijk-volkenrechtelijken zin, daarvoor behoren wij ook de ogen niet te sluiten. Ik zwijg dan nog geheel over den psychologischen kant van de zaak; de eigenaardige Duitse mentaliteit, waarvan wij de laatste weken het een en ander hebben kunnen vernemen, en dit te meer, waar het toch altijd nog tijdelijk is. Daarom, Mijnheer de Voorzitter, zal ik natuurlijk het antwoord van de Regering afwachten, maar aanvankelijk sta ik toch op het standpunt, dat zij te dezer zake geen gelukkig voorstel, om niet de uitdrukking .,een allerongelukkigst voorstel" te bezigen, heeft gedaan. Laat die Duitsers voorlopig hun eigen recht of hun bezettingsrecht — hoe men het ook noemen wil —, terwijl wij geen afstand behoren te doen van de ons bij protocol van Parijs van 26 Maart jl. toegekende grenscorrecties. Alsdan is onze positie als onderhandelaar tegenover West-Duitsland in de toekomst iets sterker en zijn het protocol en de handtekening van Minister Stikker daaronder niet geheel zonder nut

194819490000479-proc.pm.xml

„We hadden een kampong afgezet, waarvan berichten waren binnen gekomen, dat er kerels in moesten zitten die fout waren. Al de kerels die er waren bij elkaar getrommeld, het waren er veertien en die bij elkaar gebracht. Zij werden stuk voor stuk verhoord, maar ze lieten niets los. Toen hebben we een eind touw genomen met een lus erin en deden net of we cén zo'n kerel aan een boom op zouden hangen. Nou het touw hing netjes en die kerel stak er bibberend zijn kop door, maar er stond een wijf zo ijselijk te gillen en tot slot viel ze op haar knieën en vroeg om vergiffenis voor die kerels. Nou, wij zijn ook de slechtsten niet, dus die kerel z'n kop werd er weer uitgehaald. Maar hij had nog niets verteld. En als hij nou nog niets vertelde werd hij doodgeschoten. Maar niet geloven dat hij wat zegt hoor, dus vier jongens nemen hem mee tot een eindje buiten de kampong en schieten daar een paar keer in de lucht. Je lachte je rot zo bleek als die andere kerels werden, want zij wisten natuurlijk niet beter of die kerel was kassie wijlen. Twee jongens bleven er bij het zogenaamde lijk en twee kwamen er terug en omdat de volgende kerel ook niets vertelde kregen we een herhaling, zo tot vier keer toe. Maar niet één die iets wist te vertellen. Tot slot hebben we de proef op de som genomen. Die overgebleven tien kerels netjes op een rijtje laten zitten, een bren achter hen opgesteld en ze geblinddoekt, net alsof ze dan maar alle tien kapotgeschoten werden. Nog eens aan een ieder gevraagd, of ze iets wisten, maar geen letter hoor. Toen hebben wij de voorstelling maar opgeheven."

195219530002119-proc.pm.xml

Nu zegt de Minister — en dat werkt enigszins als boeman —: het stelsel van de geachte afgevaardigde de heer Molenaar leidt onvermijdelijk tot gegarandeerde prijzen. Misschien, Mijnheer de President, maar toen de toestand voor de landbouwers in de dertiger jaren zo miserabel was, is men voor gegarandeerde prijzen ook niet teruggedeinsd. Men moge dit een verwerpelijk stelsel achten, maar veel verwerpelijker is, dit stelsel in een bepaalde periode wel voor één bepaalde groep burgers in te voeren, terwijf men in een andere periode een andere groep burgers in de kou laat staan.

195419550001171-proc.pm.xml

Eerbied heb ik voor die jonge Hollandse schilder, van wie ik onlangs in de krant las, die hier de broodkorf niet gevuld kon krijgen en daarom met zijn jonge wijf naar Noorwegen trok en daar fabrieksarbeider werd en in zijn vrije tijd schilderde en schilderde, tot hij zich vrij geschilderd had. Eerbied heb ik voor die Hollandse jonge dichter, die onlangs een prijs van duizend pop, voor zo'n knaap een hele duit, weigerde, omdat hij zijn vrijheid bedreigd voelde. Ook van de kunstenaar gelde, dat wie niet werkt, in en zo nodig buiten zijn kunstenaarsberoep, niet eten zal, ook niet uit de Staatsruif.

195619570001932-proc.pm.xml

De geachte afgevaardigde oefende voorts ook kritiek uit, dat de Regering ten aanzien van de gang van zaken bij de invaliditeitsverzekering de leiding uit handen zou hebben gegeven. Het is echter een zeer normale gang van zaken, dat de Regering over dergelijke belangrijke onderwerpen het advies van de S.E.R. vraagt; dat is ook niet afhankelijk van de wil van de Regering, want in de wet op de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie staat, dat de Regering verplicht is over dergelijke belangrijke zaken de S.E.R. om advies te vragen. De Regering heeft zich natuurlijk gehouden aan deze wettelijke verplichting. Ik wijs er de geachte afgevaardigde op, dat reeds jaren geleden — ik heb het jaartal niet precies in mijn hoofd — dat advies aan de S.E.R. is gevraagd. Ik maak daarvan de S.E.R. geen verwijf deze brengt vele belangrijke adviezen uit, maar ik zeg dit alleen om te laten zien, dat de Regering moet wachten totdat de S.E.R. met dat advies gereedkomt. Wanneer de Regering op een bepaald ogenblik zou zeggen: hierover vragen wij niet het advies van de S.E.R., hier gaan wij onze eigen gang, wij doen hier wat wij menen dat gebeuren moet, hoe zou dan juist in de kringen van de geachte afgevaardigde zeer scherpe kritiek worden uitgeoefend op het feit, dat de Regering het bedrijfsleven zou voorbijgaan en op volkomen ambtelijke wijze beslissingen nemen. Men kan onmogelijk volhouden, dat de Regering de leiding van de herziening van de Invaliditeitswet van zich zou hebben afgeschoven.

196119620002279-proc.pm.xml

U zult voor de Jehova-getuigen geen andere maatstaf kunnen hebben dan voor welk genootschap. dat U niet sympathiek vindt, ook. U hebt daarin geen lijn van dubbele moraal te trekken. Met grote belangstelling zullen wij dus luisteren, met name als de woordvoerder van de C.H.U. pogen za! ons duidelijk te maken waarom, aannemend dat hij het zo stelt, van Christelijk-Historisch standpunt gezien, de humanist geheel moet worden uitgeworpen, tcrwijf de hele en/of halve ketter — en onze vaderen wisten wie en wat ketters waren — veilig binnen de beslotenheid van de subsidiëring mogen blijven.

196719680000636-proc.pm.xml

Terwijf ik die stelling in haar juistheid niet betwist - ook de volksgezondheidsnota komt daarmee, wij zijn in Nederland met velen bezig, gesteund en geleid door de Regering; in het parlement praten wij er ook al zolang over - moet ik tot mijn spijt zeggen, dat de structurele kant hiervan, hoe wij dit moeten doen, in het rapport te weinig uit de verf komt. Men spreekt over werkverbanden van de arts met de paramedische en maatschappelijke en verpleegkundige krachten. Men spreekt over plaatselijke werkcommissies en zegt, dat deze verschillende vormen kunnen hebben, maar dit zijn dan uitvoeringsperikelen. Men spreekt over groepspruktijken; warm aanbevo.en, iK kan het mij volkomen begrijpen. Men zegt, dat deze aan waarde zullen winnen als zij als gezondheidscentrum kunnen fungeren. Het gezondheidscentrum wordt tegelijk genoemd het hoofdkwartier van de werkverbanden van al die werkers. Ik moet zeggen, dat ik het allemaal nog niet erg goed zie. Ik had zo graag van dit politieke rapport, dat een structuur wil geven, en niet allerlei materiële desiderata t.a.v. de kwaliteit van de gezondheidsvoorzieningen, oplossingen gehoord om te kunnen zeggen, of ik het ermee eens ben of niet, zoals de bewindslieden hel dan misschien ook

197419750000613-proc.pm.xml

De claims van dergelijke investeringen in de breedte worde n zwakker. Investeringen in de diepte - dat wi l zeggen het aanvatten van nieuwe taken dan wel het intensiveren van bestaande krijgen enige ruimte. Ik noem huursubsidies en stadsvernieuwing, exploitatie openbaar vervoer, sociale en culturele voorzieningen waaronder invoering van de volksverzekering arbeidsongeschikt heid, en natuurlijk ontwikkelingssamenwerking. Gegevens dienaangaande kan me n zo uit de begrotingsstukken halen. Daarnaast mag vermeld worden , dat met een lagere bevolkingsgroei het nationale vermogen aan water, lucht, groen en ruimte zich naar verhoudin g ten koste van minder inspanning handhaaft. Wie de huidige maatschappelijke ontwikkeling in Nederland wi l beschrij ven, moet de lof zingen van de geboortebeperking. Het is ironisch dat deze ontwikkeling zich zo duidelijk aftekent onder een kabinet-Den Uyl. In het jongste verleden heeft de vakbondsman Suurhoff zich ingespannen voor een bestedingsbeperking, heeft de zuinige Witteveen de belastingen sneller doen stijgen dan enig minister vóór of na hem . Nu woon t er ieman d o p Zorg vliet die vader Cats kan nazeggen: 'Zeven kinderen en een wijf zijn een heerlijk tijdverdrijf', en het aantal geboorten daalt. Het is een gegeven, veel belangrijker dan menige maatschappelijke hervormin g waarvoor wi j ons met recht druk maken. Slotsom van dit alles is: de nationale bestedingsdruk zwakt af. Tegelijkertijd breiden sommig e vorme n van besparingen zich uit. Gezien deze overwegingen valt een nieuwe periode van nationale overbesteding niet snel te vrezen. Kan een impuls van anderhalf miljard extra via het rijksbudget dus ons zorgeloos fiat krijgen? Dat hangt mede af van de afzonderlijke ruimteberekening voor deze sector van de economie. Ik ga nu niet in op de overgang van becijfering via compartimen ten naar becijfering op basis van de totale ruimte. Mijn fractie heeft het afgelopen jaar een en andermaal doen blijken, die overgang met instemming te begroeten. Ik volsta met de uitspraak dat het loslaten van de comparti mentsmethode ongewilde verstoringen tengevolge van loon-e n prijsmutaties voorkomt . Des te scherper word t dan het beeld van de relevante reële factoren: de trendmatig e groei van het nationaal inkomen en de progressiefactor in de belastingontvangsten. Beide factoren zouden in de toekomst wel degelijk kunnen verminderen. Acuut lijkt dat risico mij echter niet. De progressiefactor daalt naarmate het streven naar meer gelijkheid in bruto-inkomens slaagt. Meer gelijkheid in bruto-inkomens, de toevoeging is essentieel. Naar mijn indruk echter heeft de nivelleringzich de laatste jaren voornamelijk voltrokken via het belastingbeleid, dus blijft de progressiefactor nog niet achter, de ontvangsten van de fiscus vallen per saldo trouwen s al jaren eerder mee dan tegen. De macro-economische groei op haar beurt zal in de toekomst zeker afnemen : ten dele door de grenzen van natuurlijke hulpbronnen , ten dele doordat de verkorting van de arbeidstijd, gemeten over een heel mensenleven, nog meer accent krijgt in het welvaartsstreven dan tot dusver ai het geval was en ten dele ook doordat de jaarklassen van de beroepsbevolking inkrimpen. Maar zover is het nog niet. Integendeel, volgens een aardige tabel in de interimnota bestrijding werkloosheid moeten wi j juist rekenen met een uitbreiding van het arbeidspotentieel. Een van de oorzaken hangt o p gelukkige wijze direct samen met het kleinere aantal geboorten : meer gehuwd e vrouwe n kunnen blijven of weer gaan werken. De actuele ontwikkeling van de verhouding tussen nationale middelen en bestedingen geeft ons een adempau ze. Per definitie komt daaraan ooit een eind, maar het zou onverstandig zijn er nu geen gebruik van te maken, zoals het onnodig is, extra baten uit ons aardgas geheel in het buitenland te investeren - uit te lenen - en niet in eigen land te besteden. Mijnheer de Voorzitter! Ik ben nog steeds bezig met de beoordeling van de spectaculaire regeringsvoorstellen tot verruimin g van het begrotingstekort. Drie meer specifieke overwegingen lijken mij het noemen waard . In de eerste plaats word t de Wet werkloosheidsvoorziening voor het eerst gefinancierd uit de structurele ruimte, hetgeen honderden miljoenen scheelt. Ten tweede blijven de kasuitgaven in 1974 voor driekwart mld . meer achter bij de begrote uitgaven dan oorspronkelijk geraamd, hetgeen gezien decon juncturele situatie heel opmerkelijk is. Op gron d van het rapport der commis sie rijksuitgaven van enkele jaren geleden had een tegengesteld verloop verwacht mogen worden . Het vermoeden komt o p dat het Rijk zijn eigen program niet geheel kan bijhouden. Tenderdeisdebelastingbateva n 150 è 200 min., die voortvloeit uit de bijdrage van een half mld . in het algemene ouderdomsfonds, buiten beschouwin g gelaten. 'Hiermee', schrijft de Minister in antwoor d 21 , 'is bij de berekening van de structurele groei van de belastingmiddelen rekening gehouden. Het is niet nodig correcties aan te brengen als de feitelijke premiedrukstijging in een bepaald jaar hoger of lager is.'. Deze stelling lijkt mij onjuist wanneer het gaat o m een plotselinge structuurdoorbrekende beslissing. De Minister corrigeert trouwens, terecht, wè l de prijsstijging van het nationale inkomen voor de plotselinge binnenlandse prijsverhoging van het aardgas. Alle factoren in aanmerking nemende

197819790000742-proc.pm.xml

ik zeg met nadruk 'tussen mensen', want het gaat niet om het delen tussen bestuurders of regio's, maar om delen tussen mensen. Wij twijfelen er zeer aan of de taakstelling wel is te realiseren. Ook betwijf Je n wij zeer of het doel waarvoor de taakstelling er was wel kan worden bereikt. Juist omdat er sprake is van nieuwe inzichten hoop ik dat het debat van vandaag de grondslag mag leggen voor een nadere bestudering van hetgeen wij allemaal aanduiden met 'spreiding van de rijksdiensten'.

19810000003-proc.pm.xml

Mijnheer de Voorzitter! Wat is passender dan mijn bijdrage bij de totstandkoming van de Taalunie tussen België en Nederland te beginnen met een citaat uit Coornherts voorwoor d bij Spieghels Twespraack van de Neder-duytsche Letterkunst? Coornhert houdt zijn lezers voor: 'Want ghelijck de mensche zonder reden niet anders en zoude zijn dan een ander onredelijk dier, alzo en is hij zonder de sprake niet veel anders dan een wil d beest. Ghemerckt de sprake de menschen verzelt, verenicht, ende te zamen koppelt met onderlinghe vrundlijckheyd ende bedienstigheyd; want de tale is een vroedwijf der zinnen, een tolck des herten ende een schilderij der ghedachten, die anders binnen den mensche verborghen ende onzichtbaar zijn, twelck Socrates fijn te kennen ghaf, als hem bij een vader zijn oordeel ghevraaght zijnde van een jongsken daar toe zeyde: Spreeckt, zoon, op dat ick u magh zien.'

198319840000819-proc.pm.xml

Heeft dit alles geleid tot de staatsgreep en is de missie daarvoor dus mede verantwoordelijk? Zouden de plegers van de staatsgreep tot hun machtsovername zijn gekomen als kolonel Valk en de zijnen als Clements en Briaire niet lang voor februari aan hen duidelijk hadden gemaakt dat zij voor zo iets alle begrip hadden? Zou er op 25 februari 1980 iets gebeurd zijn als de militaire missie samen met de ambassadeur ernstig gesproken zou hebben met de president, premier Arron en kolonel Elstak, in plaats van de onderofficieren toe te roepen dat de commandant in een wit pak, met een Mercedes onder zijn kont, een vlot wijf en een mooi huis er een puinhoop van heeft gemaakt? Amabassadeur Vegelin had groot gelijk toen hij al in augustus 1979 bij staatssecretaris Van Lent op het vertrek van kolonel Valk aandrong. Maar het is niet gebeurd. Den Haag sliep verder en had niet in de gaten wat er aan de hand was, ook omdat de militaire missie onvolledig rapporteerde.

198719880000779-proc.pm.xml

Ik beweer juist dat ik bezig ben een organisatie in het leven te roepen die het verlies van dossiers onmogelijk maakt. Het is natuurlijk de waanzin ten top dat dit soort dingen kunnen voorkomen. In de parlementaire enquête heeft iemand de boosheid gaande gemaakt van het vrouwelijk deel van de bevolking door te zeggen dat hij geen oud wijf is dat achter de mensen aan loopt. Ik zal dat dus niet herhalen, maar ik ben evenmin het kindermeisje van de rechterlijke macht.