Uitspraken gedaan door Kamerlid Dibi in de Tweede Kamer in periode 3 februari 2009 tot en met 16 februari 2010 die het woord 'jongeren' bevatten.

Noot over de volgorde

Eerst komen chronologisch de debatten uit het lopende parlementaire jaar, daarna die uit het parlementaire jaar 2008/2009.

Plenaire vergadering 3 november 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Jeugd en Gezin (begroting)

Het punt dat ik wil maken, voorzitter, is dat de minister, nu wij ruim over de helft van zijn termijn zitten, eens moet laten zien dat professionals, kinderen, jongeren en ouders werkelijk wat hebben aan een speciale minister voor Jeugd en Gezin. Nu de minister over de helft van zijn termijn is, ziet hij, beseffend dat hij zijn doelen niet zal halen, de eindstreep naderen. Daarop kondigde hij aan, de jeugdzorg ingrijpend te veranderen. Begin 2010 zal hij met een visie op de jeugdzorg komen. De Partij van de Arbeid heeft aangegeven dat er een fundamentele breuk met het jeugdbeleid aankomt en het CDA wil de jeugdzorg op de schop.

Plenaire vergadering 4 november 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Jeugd en Gezin (begroting)

Dan is die 40% die de heer Hermans noemt een goed aanknopingspunt voor u. Gebleken is namelijk dat 40% van de jongeren in de zwaardere jeugdzorg daar eigenlijk niet hoort. Waar wilt u naartoe werken? Naar wat moet het percentage dalen?

Plenaire vergadering 10 november 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (begroting)

Volgens mij was het een CDA/VVD-kabinet dat in 1986 het huidige stelsel heeft ingevoerd. Het was een idee van oud-minister Kemenade, van wie ik een fan ben. Enerzijds ging het om het bevorderen van de ouderonafhankelijkheid. Anderzijds ging het erom het hoger onderwijs niet alleen toegankelijk te maken voor rijke jongeren, maar ook voor de arme jongeren, die een grotere leenangst hebben. In het stelsel dat de heer Zijstra voorstelt, dwingt hij die jongeren te lenen, terwijl de rijke jongeren rustig kunnen gaan studeren. Het probleem dat wij toen wilden oplossen en dat een VVD-kabinet toen ook heeft opgelost, legt de heer Zijlstra nu weer op tafel.

Dat soort kleine bedragen lenen is te overzien. Dan is er ook niet echt sprake van leenangst. Het gaat om de leenangst die je voelt als je denkt dat je met een torenhoge studieschuld blijft zitten en je niet weet of je die later kunt terugbetalen. Dat gevoel hebben vooral de sociaaleconomisch zwakkere jongeren. De heer Zijlstra dwingt nu die jongeren te lenen, terwijl hij de jongeren die het goed hebben en die het juist kunnen betalen, helemaal niet aanspreekt. Hij toont nu het oude en vertrouwde VVD-gezicht, waarbij voornamelijk wordt opgekomen voor de mensen die het in deze samenleving iets beter hebben. Juist de mensen die wij via het hoger onderwijs willen emanciperen, worden in zijn voorstel in de steek gelaten.

Plenaire vergadering 24 november 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wonen, Wijken en Integratie (begroting)

Voorzitter. 40% van de kinderen en jongeren die zich melden bij Bureau Jeugdzorg, had bij eerdere signalering en directe lichte hulp helemaal geen zware en dure jeugdzorg nodig. Wie een bezoekje brengt aan jeugdgevangenissen, schrikt zich te pletter. Het zijn zwarte jeugdgevangenissen. Aan het einde van de basisschool zijn de taalachterstanden bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders groot. Toen zij klein waren, hebben hun ouders hun meestal niet kunnen voorlezen in het Nederlands. Het ene na het andere onderzoek van het CPB tot de OESO toont aan dat kinderen van nieuwe Nederlanders en kinderen uit de lage sociale milieus zelden een kwartje worden. Een op de drie Turks-Nederlandse jongeren verlaat voortijdig de school en een van de belangrijkste oorzaken daarvan is de vroege selectie na de basisschool.

Wie doet er mee? Wie doet er mee met gemengde voorscholen en vroegschoolse educatie om kinderen te bewapenen en ouders te verleiden met taallessen? Wie doet er mee met kinderen te laten proeven van kunst en cultuur en ze in beweging te krijgen door sport betaalbaar te maken? Wie doet er mee met het aanpakken van de vroege selectie na de basisschool, zodat kinderen niet al op hun twaalfde in een koker worden gestopt waar zij niet meer uit kunnen komen? Wie doet er mee met het organiseren van effectieve laagdrempelige opvoed- en opgroeiondersteuning als de opvoeding moeilijk wordt? Wie doet er mee met het terugbrengen van de menselijke maat in de roc's, zodat jongeren niet onzichtbaar zonder diploma uit school vallen? Wie doet er mee met bovenaan de politieke agenda plaatsen van segregatie in wijken en scholen en met het bestrijden van discriminatie? Wie doet er mee aan het stelling nemen tegen religieuze interpretaties die strijdig zijn met waarden als de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw en scheiding van kerk en staat? Ook in het nieuwe scenario moet er sprake zijn van religiekritiek, maar niet over de rug van mensen heen.

Plenaire vergadering 3 december 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (begroting)

De minister moet eigenlijk heel erg blij zijn met de aandacht die de groene sint heeft weten te vestigen op producten die op een eerlijke manier zijn gemaakt. Eerlijk duurt het langst. Ik had echter een vraag over het logo. Mensen die boodschappen doen, moeten in één oogopslag kunnen zien of wat zij in huis halen duurzaam is. Ik ben heel erg blij met het antwoord van de minister over wat zij daar allemaal op wil gaan inzetten. Ik ben ook heel erg blij dat jongeren daarbij worden betrokken, bijvoorbeeld via het jeugdparlement. Wanneer informeert de minister de Kamer hierover? Het lijkt mij namelijk heel goed dat mevrouw Verburg dit nog in haar periode als minister afrondt.

Plenaire vergadering 19 januari 2010 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vragenuur stoornissen bij allochtone jongeren

Voorzitter. Ik ga ervan uit dat beide bewindslieden wel eens op bezoek zijn geweest bij een justitiële jeugdinrichting. Je schrikt je ontzettend rot als je op bezoek gaat bij zo'n jeugdgevangenis: 60% van de jongeren is van niet-Nederlandse afkomst en 90% van de jongens lijdt aan een psychiatrische stoornis.

Vandaag blijkt uit onderzoek van Stichting De Jutters dat allochtone jongeren onzichtbaar zijn en vrijwel niet bestaan voor de vrijwillige hulpverlening. In tegenstelling tot kinderen van mondige ouders weten zij de weg vaak niet te vinden naar de geestelijke gezondheidszorg. Hierbij gaat iets enorm mis. Het is de uitdaging om er nu voor te zorgen dat ieder kind of iedere ouder die dat nodig heeft -- ongeacht waar zij in Nederland wonen, dus ook in de Vogelaarwijken -- deze weg weet te vinden en zich hiervoor niet meer schaamt.

2010 moet het jaar worden waarin het gros van de politici niet pas in actie komt als de jongeren al voor problemen zorgen. Er zijn ontzettend veel slachtoffers te voorkomen en er is ontzettend veel geld te besparen als wij deze jongeren en hun ouders vroegtijdig kunnen bereiken.

Ik heb nog één vraagje. Er is terecht nadruk gelegd op Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse jongeren, want zij zijn ook heel vaak oververtegenwoordigd in de justitiële jeugdinrichtingen, maar laten wij alstublieft niet een aantal andere groepen vergeten door hier een te grote nadruk op te leggen. Er zijn allerlei groepen in Nederland, zoals autochtonen uit sociaal minder welgestelde milieus, Somalisch-Nederlandse jongeren, Roma en Sinti, die allemaal dit type problematiek hebben. Zij hebben wel eens het gevoel dat zij minder aandacht krijgen, omdat er zoveel aandacht is voor deze andere groepen. Als de minister kan toezeggen dat hij daar ook naar kijkt, is de fractie van GroenLinks heel erg tevreden met het antwoord.

Plenaire vergadering 26 januari 2010 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vragenuur schooluitval door drugsverslaving

… die eigenlijk dronken of sufgeblowd zijn. Wij doen allemaal weleens dingen in onze jeugd die niet helemaal goed zijn. Als kinderen gaan spijbelen, vallen zij vaak uit van school en belanden zij daarna vaak in de criminaliteit. Dat is vaak de weg die de kinderen dan afleggen. Het is dan gewoon een groot probleem. In Amsterdam, de stad van Cohen, heeft men daarom een proef met leerplichtambtenaren die, omdat zij vaak weten waar deze jongeren rondhangen, actief op zoek gaan naar die jongeren, hen bij de kraag vatten en de ouders van die jongeren aanspreken. En dat helpt. Ik vraag de staatssecretaris of zij met de vereniging van leerplichtambtenaren een afspraak kan maken over het inzetten van leerplichtambtenaren op de plekken waar die jongeren rondhangen en of zij de Kamer daarover kan informeren.

Plenaire vergadering 12 maart 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Verhoging collegegeld

spreekt uit dat het in tijden van economische crisis verstandig is om de educatie van kinderen, jongeren en volwassen in het algemeen te versterken en in het bijzonder de mogelijkheden voor om- en bijscholing te vergroten,

Plenaire vergadering 8 april 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Gevolgen crisispakket

Het vierde en toch wel meest genante vraagstuk gaat over alle leerlingen die langer en vaker op school zitten vanwege de crisis en de werkloosheid. Wij willen met ons allen voorkomen dat een nieuwe verloren generatie, een nieuwe generatie van langdurig werklozen, ontstaat. Dan moet het kabinet bereid zijn om de rekening te betalen. De MBO Raad rekent ons voor dat het mbo in de komende drie schooljaren tussen de 500 en 800 mln. kost. Minister, gaat u in deze jongeren investeren?

Plenaire vergadering 14 april 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Investeren in jongeren

Ja, het lucht mij op. Ik ben ook wel blij dat ik haar vervang in dit debat, want wij spreken al heel lang over deze Wet investeren in jongeren. Ik was daar altijd van onder de indruk omdat ik dacht: jeetje, het kabinet gaat echt investeren in jongeren. De heer Aboutaleb, de huidige burgemeester van Rotterdam, zei altijd: wij moeten jongeren niet op hun 21ste al met pensioen sturen. Dat was mij uit het hart gegrepen. Het beloofde wat: focussen op jongeren door begeleiding, scholing, arbeidsparticipatie, verbetering van hun maatschappelijke positie en een sluitende aanpak in het jeugdbeleid. Dit is belangrijk omdat investeren in jongeren nu urgenter is dan ooit. Als wij nu niets doen, dan stijgt de jeugdwerkloosheid in 2010 naar 18,5%. Dat is schrikbarend, aangezien met 8,5% de teller al op 72.000 werkloze jongeren staat.

Het is een cliché maar o zo waar: de jeugd heeft de toekomst. Als straks de babyboomers met pensioen gaan, hebben wij iedereen die nu jong is, hard nodig om de tent draaiende te houden. Daarvoor moeten de jongeren van nu tegen die tijd met zijn allen de handen uit de mouwen steken. Al lijkt het nu ver weg, wij moeten dit nu al serieus nemen en beseffen dat jongeren die nu langs de kant staan, mogelijk de langdurig werklozen van morgen zijn.

Wij moeten jongeren inderdaad niet op hun 21ste met pensioen sturen, maar ook niet op hun 21ste al de goot in drijven. Dat dreigt te gebeuren met dit wetsvoorstel. Ik was blij met alle voornemens, maar schrok van de uitwerking in het wetsvoorstel. Het lijkt er namelijk op dat de kansen voor jongeren om aan de slag te gaan, kleiner worden dan nu. De kracht van de huidige Wet werk en bijstand met de work-firstaanpak is nu juist dat gemeenten zelf creatief kunnen zijn om jongeren aan het werk of op school te krijgen. Ze hebben daarin een eigen vrijheid. Wat past goed bij deze jongere en wat bij die? Deze jongere heeft een stok achter de deur nodig, maar die is heel bereidwillig en heeft ambitie en wil misschien juist op een hoger onderwijsniveau starten. Kortom, in het gesprek met een jongere kun je bepalen wat het beste past. Door je nu op landelijk niveau te gaan bemoeien met het maatwerk van gemeenten, creëer je juist problemen. Het is een beetje ironisch dat de vader van dit wetsvoorstel het zichzelf als burgervader van Rotterdam moeilijker maakt. De cruciale vraag is: wat biedt de Wet investeren in jongeren -- eigenlijk moet die gewoon "wet bezuinigen op jongeren" heten -- meer dan de Wet werk en bijstand? Deze vraag wordt gesteld door het werkveld en de Raad van State. Graag krijg ik een reactie van beide staatssecretarissen.

Ook ik vind dat je op je 21ste niet met pensioen kan, maar ook zeker niet in de goot moet belanden. Kwetsbare jongeren die nu langs de kant staan -- dat dreigen er alleen maar meer te worden -- worden door deze wet niet bediend. Sterker nog, zij krijgen de boodschap van het kabinet: als je bij ons op bezoek komt, krijg je een aanbod en als je dat aanbod niet accepteert, heb je pech want je krijgt geen uitkering, maar we hebben je dan wel in beeld. Dat is een heel erg afschrikkend beleid richting jongeren.

Ik noem een voorbeeld. Stel je klopt bij de gemeente aan omdat je er iets van wilt maken. Je denkt: ik heb te lang niets gedaan met mijn leven en ik wil er nu echt iets van gaan maken. De ambtenaar bij de dienst werk en inkomen, of hoe die ook heet, zegt: wij hebben nog wel een opening als toiletjuffrouw bij de McDonald's. Dan moet je dat maar slikken. Deze wet biedt jongeren geen recht om zelf ook invloed te hebben op het werkaanbod. Ook ik zeg dat jongeren niet te veel moeten zeuren als zij een aanbod krijgen, maar zij moeten daar wel enige zeggenschap over hebben. Zij moeten niet zomaar alles hoeven accepteren wat op ze afkomt. De fractie van GroenLinks wil dat jongeren meer zeggenschap krijgen over hun eigen leven en toekomst. Is de staatssecretaris bereid om jongeren die zeggenschap ook te geven en die wettelijk te verankeren? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Ik zie deze wet ook in lijn met andere wetten rondom jongeren waarbij ik toch het gevoel krijg dat jongeren worden beschouwd als wegwerpmedewerkers. Ik doel met name op de Flexwet op grond waarvan iemand het ene tijdelijke contract krijgt, vervolgens een ander en daarna het derde, waarna hij weer verder kan gaan zoeken naar een andere baan. Wij willen dat ook jongere werknemers gewoon een sociaal minimum krijgen, dus dat zij kunnen rekenen op goede arbeidsvoorwaarden. Het is niet de bedoeling dat er van alles met ze kan worden gedaan omdat ze jong zijn.

Nu gebruiken de gemeenten de leuze "work first". Wij zouden zeggen "scholing first and work second". Het idee dat ook Ingrado aandraagt, namelijk scholing boven werk, werk boven uitkering, spreekt GroenLinks heel erg aan. Het eerste aanbod dat jongeren moeten krijgen als zij bij de gemeente belanden, moet zijn om weer naar school te gaan. Geef de jongeren echt perspectief. Dat kan gewoon door onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt is dat nog belangrijker dan normaal. Ik overweeg ook op dit punt een motie in te dienen.

Ik heb een vraag aan de staatssecretaris van SZW, omat zij volgens mij jaren met haar poten in de modder heeft gezeten. Zij heeft juist in een gemeente gezien hoe dingen op lokaal niveau gaan. Mijn vraag is wat zij dacht toen zij deze wet voorgeschoteld kreeg. Zij is niet de moeder van de wet -- de vader is burgemeester Aboutaleb -- maar zij heeft hem overgedragen gekregen. Bekroop haar ook niet hetzelfde gevoel als mij, namelijk de vraag wat nu eigenlijk de toegevoegde waarde is van deze wet? Zorgen wij er niet nu juist voor dat jongeren zich helemaal niet meer komen melden bij gemeenten? Heeft deze wet misschien niet juist een averechts effect? Ik hoor graag een eerlijk antwoord van de staatssecretaris. Laat de Wet investeren in jongeren zijn naam eer aan doen en ook echt een investering zijn in jongeren in plaats van een ordinaire bezuiniging.

Ik heb nog een vraag over de harde kern jeugdwerklozen en de zwerfjongeren. Die vormen een groep die nu niet in beeld is. De SP-fractie stelde al voor om daar een soort vaste begeleider voor in te zetten, om die zich te laten ontfermen over deze jongeren. Hoe kijkt de staatssecretaris daar tegenaan in relatie tot deze wet? Volgens mij biedt deze wet namelijk totaal geen handvat om die jongeren aan te spreken.

Tot slot heb ik een vraag aan de staatssecretaris van OCW. Vandaag is een motie van mij weggestemd -- daar ben ik natuurlijk heel erg droevig over -- waarin werd verzocht om alle extra leerlingen die als gevolg van deze kredietcrisis naar het mbo gaan te compenseren. Daar is nu nog geen meerderheid voor. Waarschijnlijk wordt er nog over onderhandeld in de boezem van het kabinet, zoals men dat noemt. Wat vindt de staatssecretaris daarvan? Is zij het niet met mij eens dat al die jongeren die nu richting het mbo gaan ervan verzekerd moeten zijn dat hun onderwijs door de overheid wordt gefinancierd?

Het is heel goed dat de heer Van der Vlies de parlementaire geschiedenis er bij haalt. Het wetsvoorstel is geen bedenksel van de heer Aboutaleb maar geeft uitvoering aan allerlei moties die eerder zijn aangenomen. GroenLinks is altijd voorstander geweest van het uitgangspunt dat jongeren in de bloei van hun leven niet meteen in een uitkering moeten belanden en ook niet op hun luie gat moeten gaan zitten. Zij mogen niet werkeloos aan de kant staan maar moeten dan gewoon naar school gaan, werken, sporten of wat dan ook. Dit uitgangspunt steunen wij volledig. Maar ik zie dat niet terug in deze wet. Dat was de grote teleurstelling van de GroenLinks-fractie. Nu is het wetsvoorstel er eindelijk, en blijkt het gewoon een bezuiniging.

Ja. Dat klopt. Die gedachte steun ik ook. Al vind ik de grens van 27 jaar enigszins arbitrair. En al vind ik ook dat je als jongere, wanneer het echt niet anders kan, een beroep moet kunnen doen op een overheid die een soort sociaal vangnet voor je heeft. Maar dat moet echt een uiterst redmiddel zijn. Het uitgangspunt van school of werk eerst blijf ik onverkort steunen. Wij vinden dat dit met de huidige wetgeving echter al lang kan. Gemeenten vragen zich terecht af wat de toegevoegde waarde van deze nieuwe wet is. Wat biedt deze nieuwe wet hen wat zij voorheen nog niet hadden aan instrumenten om de jongeren kansen te geven? Ik zie in deze nieuwe wet geen nieuwe instrumenten. Ik zie wel bezuinigingen.

Ik wil nog even benadrukken dat de Partij van de Arbeid een amendement heeft ingediend dat er in ieder geval voor wil zorgen dat jongeren een normaal minimumjeugdloon ontvangen en het dus niet hoeven te rooien op basis van studiefinanciering of wat dan ook.

Het is heel goed dat de heer Spekman wijst op de 250 mln. voor het komende jaar voor het mbo, maar feitelijk betekent deze wet gewoon het afschaffen van een sociaal vangnet voor jongeren tot 27 jaar, dus minder instroom van jongeren in de Wet werk en bijstand. Dat klopt toch?

Maar u begon met iets te zeggen over de geschiedenis en u zei dat de Wajong'ers voorheen een rusttraject kenden. Daarmee kondigde u eigenlijk aan dat met deze wet voor een geheel nieuwe lijn werd gekozen en dat daarmee veel meer zou worden ingezet op de combinatie van werken en leren door jongeren. Mijn concrete vraag is nu: wat is volgens u de belangrijkste toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel? Welk instrument krijgt het nummer 1? Welk instrument is dermate nodig dat wij dit wetsvoorstel vandaag moeten bespreken?

Mijn vraag was: wat is het nieuwe, wat is de toegevoegde waarde van deze wet? Waar u op doelt, kan al met de Wet werk en bijstand. De gemeenten kunnen nu al het nodige doen. Alle gemeenten kunnen jongeren een passend werk- of leeraanbod doen. Nogmaals, waarop baseert u de jubelstemming dat deze wet een breuk is met de geschiedenis en dat wij hiermee eindelijk inzetten op werken en leren?

Dit wetsvoorstel biedt totaal geen verankering van de rechten van werknemers en jongeren. Ik hoor hierop graag de reactie van de PvdA.

De fractie van de Partij van de Arbeid zegt dat jongeren elk baantje moeten accepteren dat zij krijgen, maar de fractie van GroenLinks zegt: onderwijs, onderwijs, onderwijs, omdat gemeenten nog zo graag kunnen willen, maar op den duur zullen er geen baantjes zijn met de huidige krapte op de arbeidsmarkt, met dank aan de kredietcrisis. Het is heel duidelijk wat de heer Spekman van jongeren verlangt, maar niet wat hij van het kabinet verlangt. Ik heb er al naar verwezen dat vandaag mijn motie is weggestemd over het compenseren voor extra leerlingen in het mbo. De heer Spekman zei dat hij niet wil dat jongeren met een kluitje in het riet worden gestuurd als zij zich melden. Eist hij ook dat het kabinet ervoor zorgt dat zij worden geaccepteerd als zij zich melden bij mbo-instellingen?

Dat parkeren wij even, want daar doelde ik niet op. Ik ga het nu heel helder formuleren. Wij vinden het in deze tijd belangrijk dat jongeren langer op school blijven, omdat zij geen baantje zullen vinden als zij klaar zijn. Tegelijkertijd willen wij dat alle jongeren die werkloos worden, naar school gaan om zich verder te kwalificeren.

Dat zal extra kosten met zich meebrengen. Daar zal het kabinet dus wat aan moeten doen. Wij krijgen niet de garantie dat dit gaat gebeuren. Sterker nog, er wordt waarschijnlijk vet bezuinigd. Mijn vraag aan de heer Spekman is: eist u ook van het kabinet -- want u bent heel duidelijk in wat u van jongeren verwacht -- dat we ook deze extra kosten voor die jongeren compenseren, omdat we niet willen dat er een nieuwe verloren generatie ontstaat?.

De WWB is succesvol, zouden wij wel kunnen zeggen. Tegelijkertijd is er een krapte op de arbeidsmarkt. Wij weten nu al dat de toegevoegde waarde van de Wet investeren in jongeren kan zijn dat een grotere groep jongeren zich niet zal melden. U zegt nu dat deze wet belangrijk is omdat de WWB ertoe heeft geleid dat heel veel jongeren na zes maanden nog geen aanbod heeft gekregen. Dat kunnen wij toch prima regelen binnen de WWB? Wij kunnen gemeenten toch verplichten om binnen zes maanden of liefst eerder jongeren een aanbod te doen? Als wij dat via de WWB kunnen regelen, waar zijn wij dan nu mee bezig? Zorgen wij er niet voor dat een nog grotere groep jongeren zich niet zal melden?

Ik hoor nu iets heel raars. U vindt eigenlijk dat wij gewoon de WWB moeten aanpassen. Omdat wij echter nu toch over deze nieuwe wet praten, vindt u dat deze een meerwaarde heeft. Vindt u nu dat deze wet een belangrijke toevoeging is aan de instrumenten die gemeenten nu al hebben om jongeren te bereiken of zegt u dat dit prima binnen de WWB kan worden geregeld?

Dan moet de heer Biskop dus vaststellen dat hij eigenlijk liever een andere oplossing zou hebben gekozen en dat hij nu instemt met deze wet terwijl deze wet er mogelijk toe zal leiden dat een nog grotere groep jongeren zich niet zal melden. De heer Biskop zegt dat het allemaal nog maar te bezien valt, maar ik acht dit een groot risico. Stel je voor dat wij een wet "Investeren in jongeren" noemen, terwijl die ertoe leidt dat wij nog minder in jongeren gaan investeren.

Voorzitter. Ik begin mij een beetje zorgen te maken, want eigenlijk alle partijen in de Kamer uiten grote twijfels over dit wetsvoorstel. Als zelfs de heer Van der Vlies kritisch is, dan heb je het wel erg bont gemaakt als kabinet. Ik vraag mij af welke consequentie de ChristenUnie trekt als de antwoorden niet bevredigend zijn. Volgens mij behandelen wij nu een wetsvoorstel waaraan zo veel risico's kleven dat wij beter een aantal andere voorstellen kunnen doen en dit nog even laten rusten, een rusttraject voor de Wet investeren in jongeren.

Ik ben ook geschrokken van het feit dat gemeenten soms wel een half jaar lang geen aanbod doen aan jongeren. Die gemeenten moeten gecorrigeerd worden door het Rijk en dat mag van mij ook wettelijk. Alleen, de staatssecretaris vertelt niet dat er bij de invoering van deze wet ook sprake is van een bezuiniging. Dat is mijn grootste bezwaar. De wet heeft geen toegevoegde waarde. Verder zullen zich misschien nog minder jongeren melden, dus de risico's zijn groot. Bovendien gaat het kabinet misschien gewoon bezuinigen.

Ik waardeer de betrokkenheid van de staatssecretaris en ik twijfel ook niet aan haar intentie, maar als ik kijk naar de wijze waarop deze wet wordt besproken en naar de bezwaren van de woordvoerders die zich allemaal afvragen wat de toegevoegde waarde van de wet is, kan ik geen andere conclusie trekken dan dat dit echt symboolpolitiek is. Deze wet is geen wondermiddel om de jongeren te helpen die nu aan de kant staan. Sterker nog, de meest kwetsbare jongeren die nu nog niet in zicht zijn, zullen zich niet meer melden. Deze wet zal ertoe leiden dat zij minder snel geneigd zullen zijn om zich te melden. Deze symboolpolitiek heeft misschien nog wel een averechts effect.

Wij bespreken vandaag de Wet investering jongeren, maar ik heb de staatssecretaris alleen maar horen spreken over andere beleidsvoornemens en plannen in het kader van het crisisakkoord. Ik heb haar niets over de WIJ horen zeggen. Op die manier maakt zij het groter dan het werkelijk is. Is zij niet bang dat door deze wet nog meer kinderen uit het zicht raken en de maatschappelijke uitval alleen maar zal toenemen? De staatssecretaris heeft het over 37,5 mln. extra maar als wij rekening houden met de besparingen, is er geen sprake van een echte investering. Welke meerwaarde heeft de WIJ voor het onderwijs?

Nee, dat komt omdat u in het kabinet nog spreekt over wel of geen bezuinigingen op het onderwijs. U kunt nog steeds niet garanderen dat jongeren die langer willen doorleren in het mbo worden gecompenseerd. Sterker nog, door de overheid bekostigd onderwijs wordt niet meegenomen in de WIJ. Dat bevreemdt mij erg. U moet hier niet allerlei andere beleidsvoornemens ophangen aan de WIJ. U zou moeten zeggen dat ook onderwijs dat door de overheid wordt bekostigd, betrokken wordt bij de Wet investeren in jongeren.

Voorzitter. Wie is er nou tegen investeren in jongeren? Niemand natuurlijk. Sterker nog, het benutten van alle talenten van jongeren en niemand aan de kant laten staan is een droom van GroenLinks. Wie verder kijkt dan de misleidende titel "Wet investeren in jongeren", ziet echter grote risico's. Eerlijk gezegd zag ik tijdens het debat die risico's groter worden toen fractie na fractie kritische vragen stelde, wees op de brede kritiek in het maatschappelijk veld en zich afvroeg wat precies de toegevoegde waarde is van dit wetsvoorstel. Volgens mij is die 0,0%, tenzij je de besparing van 143 mln. in ogenschouw neemt. Dat is zo wrang aan dit wetsvoorstel: het heet "Wet investeren in jongeren", maar is eigenlijk een verkapte besparing. Alles wat dit wetsvoorstel doet, kan al via een paar simpele wijzigingen in de Wet werk en bijstand worden geregeld.

Dan resteert de vraag die ik nogmaals met klem stel aan de staatssecretaris: waarom dit wetsvoorstel hier en nu? Eigenlijk heeft de staatssecretaris het antwoord al gegeven door te spreken over de "sense of urgency". Het is een politiek signaal om aan te geven dat wij echt vinden dat jongeren met de wet in de hand een passend leer- en werkaanbod mogen eisen van de gemeenten. De conclusie moet zijn dat dit symboolpolitiek is. Het is een paradepaardje van de Partij van de Arbeid, of van wie dan ook. Het is in het regeerakkoord opgenomen en zal er hoe dan ook, linksom of rechtsom, moeten komen, misschien wel over de rug van jongeren door hun sociaal vangnet aan te tasten.

Ik wil geen tegenstellingen creëren die er niet zijn. Gemeenten die nu falen in het bereiken van jongeren, moeten worden aangepakt. Dat kan via de WWB. De heer Biskop was heel duidelijk. Hij zei dat die 50.000 jongeren over wie u spreekt, helemaal niet bereikt zullen worden met deze wet. Kunt u aangeven hoe die groep van 50.000 jongeren zal worden bereikt met deze wet?

Dan bent u de enige die hierin gelooft. Alle betrokken partijen in het veld die er verstand van hebben en dicht bij de jongeren zitten -- u bent zelf ook actief geweest bij lokale overheden -- zeggen dat deze groep kwetsbare jongeren die nu onzichtbaar is, niet zal worden bereikt met deze wet. Sterker nog, zij zeggen dat deze wet ertoe kan leiden dat deze jongeren nog minder zichtbaar worden. Waarop baseert u het idee, uw uitgangspunt, dat met deze wet juist nu deze jongeren zullen worden bereikt?

Dat hoeft u mij niet te vertellen. Ik vind ook dat alle jongeren gewoon moeten werken of naar school moeten gaan. Zij moeten in ieder geval bezig zijn, en zeker niet in het criminele circuit actief zijn. Maar nogmaals, u hebt geen feiten. U kunt helemaal niet onderbouwen waarom deze wet ertoe zal leiden dat die 50.000 jongeren eindelijk wel bereikt zullen worden. Sterker, de kans bestaat dat deze jongeren helemaal uit het zicht verdwijnen, want het enige lokmiddel dat je had om hen te trekken, is nu verdwenen. Dat komt doordat tegen hen gezegd wordt: als jullie komen, dan hebben we jullie beet; dan krijg je een passend leerwerkaanbod -- hoe passend dat ook mag zijn -- en als je dat accepteert, heb je pech. Nogmaals, mijnheer Spekman, kom dan met een stevige onderbouwing of met wat feiten. Stel dat over twee jaar blijkt dat de groep jongeren groter is geworden. Wat doet u dan?

Ik was niet van plan om de heer Biskop nog te interrumperen, omdat ik verwachtte dat hij niet veel zou veranderen, totdat ik ineens zag dat hij zelf een motie indient waarin hij de bezwaren van alle partijen in de Kamer opsomt. Hij vraagt aan het kabinet om een plan van aanpak te maken met allerlei gemeenten en regionale partners, om die groep van 50.000 te bereiken. De heer Spekman zegt juist dat de WIJ is bedoeld om die groep jongeren te bereiken. Waarin zit dat verschil van mening? Dat snap ik niet zo goed.

De jongeren hebben inderdaad behoefte aan werk. Alle betrokken organisaties, ook de uitvoerende instellingen, hebben een scala aan alternatieven gepresenteerd. Zij vragen aan het kabinet om die over te nemen, zodat het wetsvoorstel ingetrokken kan worden. Waarom kiest mevrouw Ortega toch voor het wetsvoorstel en niet voor alternatieven zoals een jongerenloket of betere samenwerking tussen de partners?

De vraag is of u ervoor zorgt dat er voldoende plaatsen beschikbaar zijn voor jongeren die in het onderwijs zullen belanden.

Plenaire vergadering 12 mei 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vragenuur aanpakken criminele Marokkanen Amsterdam Oud-Zuid

Ik vind het zo langzamerhand onbegrijpelijk dat wij keer op keer spreken over buurten die gebukt gaan onder overlastgevenden en criminele jongeren. Vandaag is het de Diamantbuurt. Gisteren ging het om Slotervaart, Oosterwei, Kanaleneiland en ga zo maar door. Waarom lukt het niet om grip te krijgen op die overlastgevenden en criminele jongeren? Komt dat, omdat politie en justitie onvoldoende bevoegdheden hebben? Komt dat, omdat de hulpverlening langs elkaar heen werkt? Komt dat door de strategie van gemeenten die niet weten hoe ze ouders moeten benaderen? Waarom praten wij hier steeds over hetzelfde, zonder dat wij weten wie de jongeren zijn, welke strafbare feiten ze plegen, hoeveel jongeren het zijn en wat de ouders doen? Hoe komt dat toch?

Plenaire vergadering 9 juni 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vragenuur criminele Marokkaanse jongeren

De heer Bovenkerk, die hier met instemming wordt geciteerd, verzet zich enorm tegen het verculturaliseren en het vermarokkaniseren van de criminaliteit, zoals de PVV doet, en zoals helaas deels ook het kabinet doet met zijn Marokkanenbrief. Hij stelt terecht dat de beste voorspellende waarde van criminaliteit de sociaaleconomische factor is. Dat is de X-factor. Dat neemt niet weg dat ik vind dat de minister hier een heel overtuigend verhaal houdt. Ik vraag hem om iets toe te voegen aan zijn beleid. Het valt mij op dat hij in zijn aanpak van de Vogelaarwijken werk niet echt meeneemt. De beste preventieve maatregel tegen criminaliteit is werk, werk, werk. Het past een sociaaldemocraat als de minister ook om daarvan een speerpunt te maken in zijn beleid. Ik krijg dus graag de toezegging dat hij in de Vogelaarwijken meer gaat doen aan de arbeidsparticipatie van dit soort jongeren.

Plenaire vergadering 17 juni 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Medezeggenschap educatie en beroepsonderwijs

De WRR pleit in zijn rapport "Vertrouwen in de school" voor het vergroten van de vrijheid van professionals door de logica van bestuurders en beleidsmakers terug te dringen. In het rapport van de WRR van 2004 "Bewijzen van goede dienstverlening" is de hele publieke dienstverlening geanalyseerd. Daarin zegt de WRR dat ook de problemen rond de aanpak van voortijdig schoolverlaten van overbelaste jongeren kunnen worden begrepen als een gebrek aan ruimte voor de logica van de vragers en de frontlijnwerkers tegenover een te sterke dominantie van de logica van bestuurders en beleidsmakers. In de praktijk worden deze laatsten namelijk sterk bepaald door het streven naar efficiëntie en risicobeperking. Dat vertaalt zich in een tendens tot functiespecialisatie en de verticale beheersings- en controlecultuur van de klassieke bureaucratie. Het klinkt een beetje theoretisch, maar het komt er eigenlijk op neer dat wij het onderwijs in het mbo heel erg hiërarchisch hebben geregeld met een top-downbenadering, terwijl het veel meer gaat om wederzijds vertrouwen. Deze oproep is GroenLinks uit het hart gegrepen. De WRR wijst terecht op het belang van goede schoolleiders. De raad zegt tegelijkertijd dat goede schoolleiders ervoor moeten zorgen dat zij hun frontlijnwerkers meenemen. De WRR bepleit het maatschapsmodel voor scholen. Het is een stoffige term voor studenten, maar het komt neer op een collectief van allerlei mensen in zo'n school die zich onderling verbonden weten door een gezamenlijke missie, gedeelde waarden en wederzijds vertrouwen. Hierin is weinig ruimte voor hiërarchie.

Plenaire vergadering 24 juni 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Invoering kwalificatieplicht

Voorzitter. Spijbelen kan een voorbode zijn van schooluitval en schooluitval kan een voorbode zijn van criminaliteit. Dus is het van belang dat wij er vroeg bij zijn. Jongeren moeten participeren. Dat wil het kabinet, dat wil GroenLinks, dat willen ouders en, schrik niet, dat willen jongeren zelf ook. Met dit doel voor ogen stelt het kabinet een beperkte wijziging van de Kinderbijslagwet voor, die samen met de Algemene nabestaandenwet wordt gelijkgeschakeld met de invoering van de kwalificatieplicht per augustus 2007.

Verder gaat de minister ervan uit dat hij straks voor 3000 jongeren meer kinderbijslag kwijt is. Tegelijkertijd wekt de minister de indruk strenger te gaan optreden. Er zullen dus meer ouders gestraft worden met een korting op de kinderbijslag. De minister heeft blijkbaar geen idee hoeveel ouders het risico lopen om het recht op kinderbijslag te verliezen. Er wordt een getal van 200 genoemd, maar dat is nattevingerwerk. Heeft het kabinet zelf vertrouwen in de effectiviteit van dit voorstel? Wij zetten daar in ieder geval grote vraagtekens bij. Wij sluiten ons aan bij de terechte stelling van de Raad van State dat het kabinet de mogelijkheden van ouders overschat. Hoe kunnen zij hun kinderen van zestien en zeventien jaar er alsnog toe te brengen hun leven te beteren en regelmatig naar school te gaan? Het is pijnlijk om het te constateren, maar ik ken in mijn persoonlijke omgeving ouders die allang alle grip op hun zestienjarige kinderen hebben verloren. De vraag is of je er met deze wetswijziging voor zorgt dat die ouders weer wel grip krijgen op die kinderen. Dit is een open vraag. Ik betwijfel dat. Ik wil graag dat de minister daarop ingaat.

Het volgende voorstel is voldoende leerplichtambtenaren met niet te veel jongeren onder hun hoede. Één leerplichtambtenaar heeft op dit moment 4500 leerlingen onder zijn hoede. Het is de vraag hoe goed zo'n leerplichtambtenaar kan toezien op de aanwezigheid van deze jongeren. Ingrado, de koepelorganisatie van leerplichtambtenaren, wil die norm verlagen naar één leerplichtambtenaar op de 3800 leerlingen. Het lijkt mij niet meer dan normaal dat wij daarnaar streven. Ik heb daar eerder ook voor gepleit, maar toen bleek dat veel gemeenten niet eens voldeden aan de norm van één leerplichtambtenaar op de 4500 leerlingen. Dat moesten wij dus eerst regelen. Waar is de eigen verantwoordelijkheid van dit kabinet? Ik vind dat wij meer moeten kijken naar dit soort praktische voorstellen dan naar symbolische wetgeving, waarvan de effectiviteit op z'n minst twijfelachtig is.

Als je al een financiële prikkel wilt toepassen om jongeren naar school te laten gaan, dan moet je de jongere zelf in zijn portemonnee raken. Daarom doe ik vandaag opnieuw het voorstel om de kinderbijslag voor jongeren vanaf zestien jaar rechtstreeks over te maken naar de jongeren. Dat past ook goed bij de grondgedachte van de kinderbijslag. Tot zestien jaar worden er geen voorwaarden gesteld, omdat van kinderen jonger dan zestien jaar niet verwacht kan worden dat zij in hun eigen levensonderhoud voorzien. Voor jongeren vanaf zestien jaar was dat altijd al anders. Dat stelt het kabinet ook. Het overmaken van de kinderbijslag rechtstreeks aan de jongere zelf is niet alleen vanwege de effectiviteit van dit wetsvoorstel een goed idee. Wij zijn ervan overtuigd dat jongeren eerder moeten leren financiële verantwoordelijkheid te dragen. Uit onderzoek blijkt immers dat jongeren die op tijd leren met geld om te gaan dat later ook goed kunnen. Het zelf beheren van de kinderbijslag kan daaraan bijdragen. Het heeft er deels mee te maken dat veel jongeren de armoedepositie van hun ouders erven. Als je ouders schulden hebben en niet met geld kunnen omgaan, dan is de kans groot dat je dezelfde carrière tegemoet gaat.

Ik zal vanwege de taalverruwing niet een aantal reacties op GeenStijl voordragen, maar ik weet zelf donders goed dat er jongeren zijn die hun kinderbijslag zullen verbrassen aan de nieuwste iPhone, aan merkkleding of een flink weekend stappen. Overigens is dat voor sommige ouders niet anders. Zij doen dat ook met de kinderbijslag. Juist voor jongeren is het echter van belang om te leren van hun fouten. Daar hebben zij later veel aan.

Ik zie de haken en ogen van dit voorstel, maar juist nu bekend is geworden dat veel jongeren weinig benul hebben van de waarde van geld, is het van belang dat zij dat wel leren. Ouders hebben een primaire verantwoordelijkheid. Helaas laten zij het nu te vaak afweten. Het rechtstreeks overmaken van de kinderbijslag naar de jongeren zelf kan een signaal zijn naar de ouders. Zij zullen eerder geneigd zijn tegen hun kinderen te zeggen dat zij dan bijvoorbeeld de schoolboeken, het schoolgeld of de telefoonrekening maar zelf moeten betalen.

Voor alle duidelijkheid: ik stel niet voor om vanaf volgende maand de kinderbijslag dan maar aan jongeren over te maken. Misschien kunnen wij starten met een pilot, waarbij wij goed monitoren wat de effecten op het gedrag van jongeren en hun ouders zijn. Graag een reactie op deze suggestie.

In de kern draait het erom of wij jongeren serieus nemen of niet. Ik ben er heilig van overtuigd dat je oogst wat je zaait. Als je jongeren serieus neemt, zullen zij zich meer verantwoordelijk gaan gedragen. Als je dat doet, komt het wel goed.

Ik stel geen wetswijziging voor. Ik stel voor om tijdelijk te experimenteren met het rechtstreeks overmaken van de kinderbijslag aan 16-jarigen zelf. Ik doe dat omdat wij al heel lang concluderen dat veel jongeren op jonge leeftijd in de schulden zitten. Zij krijgen van huis uit niet mee hoe zij bepaalde formulieren moeten invullen of hoe zij met hun budget moeten omgaan. Vaak zijn ouders daar zelf ook niet toe in staat. Daarin moet verandering komen. Ik zou niet meteen willen pleiten voor budgetlessen op scholen. Er is al een kerndoel dat dit voorstelt. Je moet kijken welke alternatieven er zijn. Ik geloof in de eigen verantwoordelijkheid van jongeren, zeker op 16-jarige leeftijd. Ik zie duidelijk de gevaren die kleven aan dit voorstel, maar ik ben benieuwd wat er gebeurt als je de jongeren serieus neemt, het scherp monitort en de ouders erbij betrekt. Leidt dat ertoe dat jongeren meer verantwoordelijk met hun geld omgaan of niet? Als dat niet het geval is, zal ik dat meenemen in mijn overwegingen.

Het klopt dat veel ouders het al goed doen. Zij maken de kinderbijslag rechtstreeks over aan hun kinderen en maken afspraken over wat er wel of niet mag worden gedaan met dat geld. Zij geven ook geen extra geld als de jongere de kinderbijslag heeft verbrast aan iets anders. Er zijn echter ontzettend veel ouders die dat niet doen en die het geld aan allerlei andere dingen besteden, zoals rekeningen die moeten worden betaald. Dat leidt er vaak toe dat jongeren niet zelf leren omgaan met hun eigen budget. Jongeren krijgen geen zak- en kleedgeld. De vraag is hoe je die spiraal kunt doorbreken. Ik vind dit een creatief voorstel om te experimenteren en te kijken wat erdoor kan veranderen.

Nogmaals, ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen, dus ook voor de financiële opvoeding. Als ouders het laten afweten, dragen ze nog steeds de verantwoordelijkheid om het wél goed te doen. Als dat niet gebeurt, vind ik dat een volksvertegenwoordiger mag meedenken en voorstellen moet doen voor verbetering. Ik zie inderdaad haken en ogen aan mijn voorstel. Als een jongere nu al een gat in zijn hand heeft en hij krijgt een zak met geld, wordt dat gat alleen maar groter. Maar je kunt afspraken maken met groepen jongeren en ouders die het nu niet goed doen, en kijken wat er gebeurt als het geld rechtstreeks naar de jongeren wordt overgemaakt en hun wat eigen verantwoordelijkheid wordt gegeven. We hebben het over 16-jarigen, niet over 12-jarigen. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je dat doet. Ik denk namelijk dat het niet alleen maar fout kan gaan. Het zou van groot pessimisme getuigen als wij concludeerden om het maar niet te proberen, omdat jongeren dit geld toch maar zouden opmaken aan breezers, uitgaan, kleding en telefoontjes. Ik denk dat jongeren veel meer in hun mars hebben.

Ik heb daarover een aantal vragen aan de minister gesteld en ben erg benieuwd naar zijn reactie, maar wil best inhoudelijk op uw vraag ingaan. Nu al, dus zonder deze wetswijziging, heeft men recht op kinderbijslag als wordt voldaan aan de klokureneis van 213 uur. Deze wetswijziging verandert daar dus niets aan. Een en ander wordt gestroomlijnd met de invoering van de kwalificatieplicht: jongeren moeten tot hun achttiende jaar gewoon op school zijn en met een voltijds onderwijsprogramma hun startkwalificatie halen. Dit wetsvoorstel wordt echter groots aangekondigd: het zou namelijk ook schooluitval tegengaan en de leerplichtambtenaar meer macht geven bij de beoordeling van de korting van kinderbijslag. Ik vind dat je hier niet zomaar overheen kunt stappen en heb daarover kritische vragen gesteld. Door deze wetswijziging veranderen er namelijk wel degelijk zaken, maar subtiel. Ik heb nog geen definitief standpunt ingenomen voor of tegen deze wetswijziging, al sta ik sympathiek tegenover het doel ervan. Ik stel echter ook vast dat er al veel maatregelen zijn en dat dit dus weer gaat neerkomen op stapeling van beleid. Ik stel mijzelf vaker bij Kamerdebatten de vraag hoe effectief alle maatregelen waren, als er telkens nieuwe bij moeten komen.

Voorzitter. Mijn vraag heeft ook enigszins te maken met dit wetsvoorstel. Ik heb dit in mijn eerste termijn al aangekaart. De bittere realiteit is dat door die "kartelvorming" van mevrouw Dezentjé een heleboel jongeren met een vlekje constant van roc naar roc worden doorgeschoven. Dat heeft te maken met het recht van die scholen om leerlingen te weigeren. Moeten wij niet gewoon overgaan tot een acceptatieplicht, zodat deze scholen leerlingen niet meer zomaar kunnen weigeren?

Volgens mij past mijn voorstel wel bij de grondslag van de AKW. Daarin staat dat geen eisen worden gesteld aan jongeren onder de zestien jaar, omdat zij nog niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Maar daarna kunnen er wel eisen worden gesteld, omdat je kunt uitgaan van een zekere eigen verantwoordelijkheid van 16- en 17-jarige jongeren. Dat neemt niet weg dat ik begrijp dat de minister de haken en ogen benoemt. Die zie ik ook. Daarom stel ik een pilot voor om er eerst mee te gaan experimenteren. Ik heb nog een vraag aan de minister. Wij constateren dat heel veel jongeren geen financiële opvoeding krijgen, omdat de ouders zelf niet in staat zijn om met geld om te gaan. Daardoor erven heel veel jongeren de manier waarop hun ouders met geld omgaan: zij hebben een gat in hun hand en raken in de schulden. Hoe wil de minister voor Jeugd en Gezin ervoor zorgen dat deze kinderen beter met geld leren omgaan?

Wij ervaren deze wetswijziging als een beperkte wijziging die in lijn is met de invoering van de kwalificatieplicht. Dat is heel goed, want wij streven allen hetzelfde doel na, namelijk voorkomen dat jongeren gaan spijbelen. Jongeren die spijbelen zullen vaak uit school vallen en vervolgens in de goot belanden. Alle jongeren horen gewoon op school thuis en moeten hun opleiding afmaken.

Om die opleiding af te maken moeten er wel voldoende leerplichtambtenaren zijn die kunnen controleren wanneer jongeren wel of niet op school zijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

Ik heb nog een motie. Die motie verzoekt het kabinet om jongeren van 16 jaar serieuzer te nemen. Het is bekend dat de GroenLinks-fractie vindt dat jongeren van 16 jaar stemrecht zouden moeten krijgen. Ook met betrekking tot de eigen verantwoordelijkheid in het omgaan met een eigen budget willen wij dat het kabinet meer mogelijkheden geeft.

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat jongeren die vroeg leren om met geld om te gaan dat later ook beter kunnen;

verzoekt de regering, een pilot te starten waarin jongeren vanaf 16 jaar de kinderbijslag op hun eigen rekening gestort krijgen, vergezeld van een programma waarbij ouders en jongeren leren budgetteren, en dat na een jaar te evalueren,

Plenaire vergadering 24 juni 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wachtlijsten jeugd-ggz

Vindt de minister het niet heel raar dat er één minister is die het geld op zijn begroting heeft en een andere minister die politiek-inhoudelijk verantwoordelijk is? Vindt hij niet dat dat zou moeten worden veranderd? Vindt hij daarnaast niet dat het budget voor de provinciale jeugdzorg en voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren, de AWBZ en het budget voor de geestelijke gezondheidszorg eigenlijk zouden moeten worden samengevoegd en op elkaar afgestemd?

Plenaire vergadering 30 juni 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vragenuur Marokkanenstop roc Amsterdam

Voorzitter. Zeker in de grote steden komen alle problemen zo'n beetje samen op de roc's. Ze zitten te vaak vol met overbelaste leraren en overbelaste jongeren. Ik begrijp het dat zo'n school denkt: er kan er niet nog eentje bij. Scholen moeten echter alle jongeren die willen leren, gewoon accepteren. Scholen die dat niet doen, zetten die jongeren letterlijk en figuurlijk op straat. Ik sluit mij geheel aan bij het verzoek van mevrouw Dezentjé Hamming van de VVD-fractie om een gericht inspectieonderzoek, zodat wij precies weten hoe groot dit probleem eigenlijk is, want dat weten wij nog steeds niet.

Plenaire vergadering 1 juli 2009 - Tweede Kamer der Staten-Generaal

Verwijsindex risico's jeugdigen

Over twee onderdelen heeft de GroenLinks-fractie nog vragen. Er vond een interessant debatje plaats tussen de heer Dijsselbloem en minister Rouvoet. Het gaat om de doelgroep en om de doelstelling van het wetsvoorstel. De naam was verwijsindex risicojongeren en is nu verwijsindex risico's jeugdigen geworden. Is dit een hulpmiddel voor professionals die willen laten weten dat ook zij te maken hebben met een bepaalde jongere? Professional A weet dus dat professional C ook bezig is met dezelfde jongere en dat komt in het systeem naar voren. Of gaan wij de verwijsindex gebruiken om jongeren op te sporen, om jongeren nog sneller in een systeem te krijgen, zodat wij kunnen proberen te voorkomen dat er ooit iets in hun leven misgaat? Volgens mij kan dat niet. Volgens mij is een verwijsindex geen Vadertje Staat en volgens mij moeten wij dat ook niet willen. Kan de minister nog eenmaal heel duidelijk maken wat de doelstelling is van deze wet en wat de doelgroep is? Wanneer ben je een risicokind?

Professionals zijn toch niet blind? Zij zien toch welke jongeren zij voor zich hebben, dus zij weten dat het bijvoorbeeld gaat om iemand uit een groep die is oververtegenwoordigd als het gaat om tienerzwangerschappen, zodat zij kunnen kijken of er op dat punt wellicht problemen zijn. Mevrouw Dezentjé Hamming probeert nu van bovenaf op te leggen dat professionals direct een vinkje in de verwijsindex moeten zetten als er sprake is van een bepaalde culturele afkomst. Ik vind dat niet uit te leggen voor een liberale partij, die altijd uitgaat van het behandelen van een individu op basis van zijn eigen gedrag en niet op basis van groepskenmerken.

Ik heb de Evaluatie proeftuin Verwijsindex Risicojongeren gelezen. Daaruit blijkt niet dat etnische registratie een onmisbaar onderdeel is van de verwijsindex. Zeer zeker niet.